Skip to content

Tel: +31613115892

Werkwijze van RMT werken aan de basis

In de praktijk maken we gebruik van RMT integratie om reflexen te integreren bij kinderen en volwassenen. Hierbij is de ouder altijd aanwezig.

Als eerste wordt gescreend het kind op evenwicht, oogcoördinatie, motoriek en lichaamshouding en spanning. Hierna worden bewegingen/oefeningen uitgekozen die thuis ingezet gaan worden. 

Voor de training krijgt u een informatiemapje mee waarin alles vermeld staat.

Hoe vaak moet de oefeningen thuis gedaan worden?

We starten de RMT met twee keer per week, 20-40 seconden per oefening. Wanneer het kind hier goed op reageert kan de duur van deze oefening uitgebouwd worden en mag de frequentie omhoog.  Zo nodig kan voetmassage elke dag gedaan worden, deze duurt een paar minuten. De ervaring leert dat kinderen het vaak heel fijn vinden en er zelfs om gaan vragen.

De gekozen oefeningen worden gedurende een maand toegepast. Na deze maand wordt dezelfde screening weer bij het kind gedaan en nieuwe oefeningen uitgekozen. Bij voorkeur wordt RMT meerdere maanden toegepast, dit voor het beste resultaat. Het kan zo zijn dat de kindercoachingssessies zijn afgelopen, maar dat u en uw kind nog 1 keer per maand terugkomen voor de RMT.

Hoe herken je niet geïntegreerde reflexen?

Bewegen algemeen

  • Niet/nauwelijks gekropen als baby
  • Houterige motoriek, veel struikelen
    Tenen lopen
  • Onhandig, ergens tegenaan stoten, dingen laten vallen.
  • Verkrampte fijne motoriek
  • Niet stil kunnen zitten
    Hyperactief of oververmoeid gedrag
  • Ongecoördineerde bewegingen
  • Tong- en mondbewegingen tijdens bezigheden met de handen
  • Hoofd draait mee tijdens het lezen.

Oogbewegingen

  • Geen totaalbeeld, te veel focus op details.
  • Trillende oogleden, heen-en-weer schietende ogen.
  • Kan niet goed focussen, richt de ogen verkeerd oogsamenwerkingsproblemen)

Kan niet of moeilijk

  • Zwemmen
  • Ballen vangen/- laten stuiteren
  • Fietsen
    Huppelen
  • Gedifferentieerde (verschillende) bewegingen (achter elkaar) doen
  • Touwtjespringen, evenwichtsspelletjes
  • Meerdere dingen tegelijk doen
    Is gauw afgeleid
  • Overgevoelig voor geluiden, lichtprikkels

Houding

  • Spiertonus te laag (slap) of te hoog (verkrampt)
  • Benen achter stoelpoot gehaakt tijdens schrijven of lezen
  • Op een of beide benen zitten
  • Hoofd in handen steunen of hoofd wordt tijdens schrijven ondersteund met niet schrijvende hand
  • Aan tafel: ingezakte borst, scoliose, opgetrokken schouder(s), op één of twee knieën zitten
  • Kind hangt vaak in de stoel; hoofd achterover en benen uitgestrekt

Fysiek

  • Buikpijn
  • Hoofdpijn 
  • Misselijk  (wagenziekte)
  • Slecht slapen     
  • Hangerig
  • Moe                                                                  

Sociaal-emotioneel

  • Prikkelbaar
  • Druk, geagiteerd of juist heel stil
  • Paniek, angst
  • Plagen/Pesten
    Gepest worden
  • Moeite met veranderingen
  • Angst voor nieuwe dingen
  • Kent eigen kracht niet: knijpt in staart kat/hond
  • Zit aan andere kinderen

Vaardigheden

  • Automatiseringsprocessen (op verschillende gebieden!) verlopen moeizaam of blijven achterwege
  • Overmatig morsen tijdens het eten
  • Moeite met gebruik van bestek
  • Moeite met aankleden (systeem aanbrengen)

Schrijven

  • Problemen met fijne motoriek
  • Slecht leesbaar handschrift
  • Handschrift buigt naar boven of beneden toe af
  • Hoofd wordt ondersteund met niet-schrijvende hand
  • Hoofd ligt bijna op de tafel bij het schrijven
  • Moeite met op de lijn (tussen lijntjes) schrijven
  • Moeite met overschrijven van het bord (tempo ligt erg laag)
  • Verkrampte/slechte pengreep

Lezen

  • Men houdt de vinger(of liniaal) bij de regel
  • Zonder bijwijzen kan de persoon niet bij de goede regel blijven
  • Lezen gaat erg langzaam